Maken ‘zachte heelmeesters stinkende wonden’?
In Nederland is euthanasie al sinds 2002 legaal onder strenge voorwaarden. De meeste mensen denken daarbij aan terminale kanker of andere ernstige lichamelijke ziekten. Maar de wet maakt ook euthanasie mogelijk bij psychisch lijden dat als ondraaglijk en uitzichtloos wordt ervaren — ook als lichamelijk helemaal gezond is. Dit geldt in theorie ook voor jongeren en jonge volwassenen. In de praktijk komt dit voor, al is het relatief zeldzaam. Het aantal gevallen is de afgelopen jaren wel gestegen, en vooral bij jonge mensen is dit zeer omstreden.
Psychiater Menno Oosterhoff (gespecialiseerd in dwangstoornissen en kinder- en jeugdpsychiatrie, nu niet meer in reguliere praktijk) is een van de bekendste voorstanders van deze mogelijkheid. Hij heeft meerdere euthanasieën uitgevoerd bij mensen met ernstig psychiatrisch lijden, waaronder jongeren. Oosterhoff ziet dit als een vorm van compassie: als iemand na jarenlange behandeling ondraaglijk lijdt en geen hoop meer heeft, moet een arts kunnen helpen om dat lijden te beëindigen. Hij waarschuwt tegen paternalisme — het idee dat artsen of de samenleving “beter weten” wat goed is voor de patiënt dan de patiënt zelf. In zijn ogen is het niet aan de dokter om iemand te dwingen te blijven leven als het lijden ondraaglijk is en uitzichtloos lijkt.
Tegenover hem staat in dit specifieke debat John Brenninkmeijer. Hij wijst op een ander spoor: alternatieven die nog niet voldoende zijn onderzocht . In een recente e-mailwisseling (juli 2026) stuurt hij Oosterhoff studies en praktijkvoorbeelden over pelgrimage (zoals de Camino de Santiago).
Er zijn onderzoeken (onder meer het Ultreya-project) die laten zien dat zo’n intensieve tocht — vaak 500 tot 800 kilometer lopen — bij mensen met langdurige depressie, angst of andere psychiatrische problemen kan leiden tot minder stress, minder depressieve klachten, meer levenszin en betere sociale verbondenheid. Effecten kunnen maanden aanhouden. Nederlandse GGZ-instellingen hebben in het verleden al kleine groepen ernstig psychiatrische patiënten op pelgrimage gestuurd met opvallend positieve resultaten. Brenninkmeijer stelt dat dit soort ervaringen — lichamelijke inspanning, natuur, een duidelijk doel, gemeenschap en spirituele dimensie — voor sommige mensen een transformerend effect kan hebben dat standaardtherapie niet altijd bereikt.
Oosterhoff antwoordt dat de Nederlandse richtlijn voor euthanasie bij psychisch lijden niet eist dat alles geprobeerd is. Het gaat om “redelijke andere mogelijkheden”. De arts en de patiënt bepalen samen wat redelijk is. Een verplichte pelgrimage voor iedereen, ongeacht de aard van de klachten of de conditie van de patiënt, vindt hij niet wenselijk. Dat zou te rigide en mogelijk schadelijk zijn:
"De richtlijn vereist dat er geen redelijke andere mogelijkheden meer zijn. Er staat ook expliciet dat iemand niet alles geprobeerd hoeft te hebben. De uitvoerend arts beslist samen met de patiënt of er nog redelijke andere opties zijn. Een verplichte pelgrimage ongeacht de aard van de aandoening is daarbij niet wenselijk." 9 juli 2026
Waar draait het debat echt om?
Dit is geen discussie over “voor of tegen euthanasie”. Het gaat om een veel subtielere vraag: hoe streng toetsen we of er écht geen redelijke uitweg meer is?
Voorstanders van een bredere toepassing (zoals Oosterhoff) benadrukken:
- Autonomie: een volwassene die helder kan nadenken, mag zelf in overleg met artsen bepalen wanneer het lijden te veel wordt.
- Compassie: soms is het wreder om iemand te dwingen door te leven in ondraaglijke ellende dan om te helpen sterven.
- Praktijk: sommige mensen hebben alles geprobeerd wat de reguliere zorg te bieden heeft.
- Troost: orgaandonatie van jonge gezonde organen met name hersenen is "belangrijk"
Critici (en Brenninkmeijer past in dat kamp) werpen tegen:
- Bij psychisch lijden is “uitzichtloos” moeilijker vast te stellen dan bij terminale kanker. De hersenen van jonge mensen zijn nog volop in ontwikkeling. Veel ernstige psychiatrische aandoeningen kennen fluctuaties of verbetering over de jaren.
- Er zijn aanwijzingen dat intensieve, niet-standaard interventies (zoals gestructureerde pelgrimages, natuurprogramma’s of andere betekenisgevende ervaringen) bij een deel van de mensen wél verschil kunnen maken — ook als “gewone” therapie en medicatie onvoldoende hielpen.
- Te snel concluderen dat “er geen redelijke alternatieven meer zijn” kan betekenen dat hoopgevende mogelijkheden over het hoofd worden gezien.
Maken ‘zachte heelmeesters stinkende wonden’?
Is een te vriendelijke en lankmoedige aanpak van de problemen — waarbij men compassie toont voor de gevoelens en wensen van patiënten — iets wat die problemen alleen maar erger maakt?
Kan men in het algemeen ‘contragedrag’ eisen, en in het bijzonder weken van blaren, spierpijn en fysieke uitputting tijdens een pelgrimage?
Of toont men juist meer compassie door fysiek gezonde jonge mensen pijnloos te laten sterven dan door van hen te verlangen dat ze fysiek en existentieel door een diep dal gaan?”
---
De e-mailwisseling tussen Brenninkmeijer en Oosterhoff is een klein, maar helder voorbeeld van dit grotere spanningsveld. De ene kant zegt: “We hoeven niet alles te proberen, en we mogen niemand dwingen tot een pelgrimage.” De andere kant zegt: “Er is concrete evidence dat zulke ervaringen kunnen helpen bij precies dit soort lijden — moeten we die mogelijkheid niet serieuzer nemen voordat we euthanasie als de enige uitweg zien?”
Waarom dit zo gevoelig ligt
Jonge mensen die fysiek gezond zijn maar psychisch zo erg lijden dat ze dood willen, raken aan diepe vragen over wat het betekent om mens te zijn. Is het ultieme mededogen om iemands wens te respecteren, of om juist alles op alles te zetten om de hoop levend te houden — ook als dat betekent dat je creatieve, soms intensieve alternatieven serieus onderzoekt?
Er is geen eenvoudig antwoord. De wet laat ruimte voor interpretatie, en artsen, patiënten en nabestaanden worstelen met deze keuzes in de praktijk. Het debat tussen Brenninkmeijer en Oosterhoff laat zien dat “compassie” voor de één betekent: helpen sterven als het lijden te groot is. Voor de ander betekent het: nog dieper kijken naar wat het leven nog kan bieden, ook buiten de gebaande paden van de reguliere zorg.
Dit is een van de meest complexe ethische discussies van onze tijd — precies omdat beide kanten oprecht beweren dat ze het beste voor hebben voor kwetsbare mensen.
---
Recent debat rond hetzelfde thema met Professor Jim van Os en psychiater Kit Vanmechelen:
PS: contragedrag heet "opposite action" in het Engels (schijnbaar).
PPS 12 juli 2026: Conclusie uit verdere onderzoek en e-mails: “Dr. Menno Oosterhoff is sterk gedragstherapeutisch georiënteerd in de normale behandeling, maar in het euthanasiedebat werkt hij die gedragslogica opvallend genoeg niet expliciet door.”
No comments:
Post a Comment